↑ Terug naar Samenwerkende gemeentes

Inhoudelijk (landelijke documenten)

Inhoudelijk (landelijke documenten)

Uitnodigen bij gezamenlijke avondmaalsviering
Hoe welkom zijn gasten aan het Avondmaal?
Binnen NGK, CGK en GKv zijn daar verschillende gewoontes in. Avondmaalsviering in de GKv Lelystad
De GKv kenden tot voor kort de ongeschreven regel dat alleen leden van een andere GKv toegelaten werden, na het tonen van een
‘avondmaalsbriefje’ van hun eigen kerkenraad. In veel NGK’s wordt ieder uitgenodigd die oprecht gelooft in Jezus Christus en in de eigen gemeente ook het Avondmaal mag vieren.
Wat is de achtergrond van deze verschillen? En vooral: hoe kom je tot een goede praktijk wanneer samen het Avondmaal wordt gevierd?
Binnen DOE is gewerkt aan een Handreiking uitnodigingsbeleid maaltijd die in samenwerkende en samenwerkings-gemeentes bij een gezamenlijke viering dienst kan doen als richtlijn voor het nodigen van gasten.
Deze Handreiking is door de drie kerkverbanden landelijk aanvaard.
Klik hier voor de Handreiking >
Aan de Handreiking ligt de schets ‘Samen aan tafel’ ten grondslag; klik hier voor die schets >

Vrouwelijke ambtsdragers
In bestaande samenwerkingen van CGK en NGK kan het voorkomen dat de NGK, na de besluiten van de LV’s van 1994 en 2004, vrouwelijke ambtsdragers heeft.
De GS Haarlem-Noord 1998 van de CGK sprak al uit dat samenleving met een plaatselijke NGK waarin vrouwelijke diakenen fungeren, ongewenste spanningen oproept t.a.v. de loyaliteit aan het eigen kerkverband (Acta art. 305). De GS Leeuwarden 2001 was van oordeel dat kerken die vrouwelijke ambtsdragers toelaten nawer kerkelijk samenleven blokkeren. (Acta art.143). In hun rapport aan de GS Utrecht-West 2004 geven deputaten DE een overzicht hoe een aantal plaatselijke CGK-kerken omgaat met vrouwelijke ambtsdragers in de NGK waarmee samengewerkt wordt. Landelijk zijn er geen besluiten genomen over bijv. vrouwelijke ambtsdragers in gezamenlijke diensten van GCK en NGK. In de praktijk blijken er vooral praktische oplossingen gevonden te zijn waardoor er geen vrouwelijke ouderlingen en/of diakenen functioneren wanneer een CGK-predikant voorgaat.